Categorieën
Natuur

Plantenwandeling

In het Wielderboek staan drie wandelingen beschreven. Die beschrijving vermeldde de toestand van de omgeving, met name bebouwing, natuur en bedrijvigheden. Deze wandelingen lopen wij opnieuw en vergelijken de toestand van toen met de hedendaagse.

Algemeen

In het Wielderboek staan drie wandelingen beschreven. Die beschrijving vermeldde  de toestand van de omgeving, met name bebouwing, natuur en bedrijvigheden.  Deze wandelingen lopen wij opnieuw en vergelijken de toestand van toen  met de hedendaagse.

 Flora foto’s;  uit Wilde planten in Nederland en België van Klaas Dijkstra. Met toestemming van de auteur mits vermelding naam en voor niet commerciële doeleinden.

Van fotografen; Rob Hille, Mark Skevington, Joachim Lutz, Bernd Haynold, Klaas Dijkstra en Wikipedia.

1e Wandeling Stokhem – Beertsenhoven

  Startte de 1e wandeling bij de Aw Sjuur in Stokhem, deze keer zullen wij starten bij het Kapelke. De Aw Sjuur is al jaren gesloten, dus  wandelaars zagen hun pleister- en rustplaats verdwijnen. Onze wandelweg richting Gronseleput, is inmiddels ondanks protesten vanuit Stokhem, verhard om het verkeer van auto’s met aanhangers en caravans naar en van de verderop gelegen campings te vergemakkelijken. Aan de linkerkant van deze weg zijn hele steile weilandjes welke nog af en toe begraasd worden door schapen. Dit zijn de laatste tekenen van wat het ooit was, een boerenland….  Aan de rechterkant van de weg liggen een aantal grotere en kleinere weilanden, waarop de laatste tientallen jaren bijna geen kalf of koe meer te zien is. Het is opvallend dat de weilandjes zonder onderhoud er verruigd uitzien. Kijkt men verder onder de nog spaarzame bomen en knotbomen door dan ziet men de contouren van de oevers van de Geul, met een verruwing door een uitheemse plant, de balsamien (Aziatisch springzaad) en de omgevallen bomen die niet meer worden opgeruimd ten behoeve van de ontwikkeling van de kleine fauna wereld. Ook de steile hellingbosjes aan de linkerkant worden veelal beheerd door Staatsbosbeheer en bevatten nog zeer zeldzame planten, o.a. het giftige Christoffelkruid en andere juweeltjes en verschillende soorten orchideeën. De vroegere boerderij,, Hoeve Schoonzicht’’ aan de linkerkant boven de weg is verbouwd tot vakantieboerderij met appartementen. Blijkbaar de enige manier om gebouwen waar vroeger landbouw en veeteelt plaatsvond voor verval te behoeden en een economische bestemming te geven. Een stukje verder maakt via ,,’ne sjtieëgel’’ het vroegere ,,kerkepad’’ verbinding met onze wandelweg. We lopen verder en plotseling verschijnt de Geul zoals we de Geul kennen uit het verleden, ze komt vlak bij de weg en men kan ze zogezegd aanraken, snelstromend, ruisend en spetterend helder water. Onze weg wordt telkens overstroomd bij hoge waterstand, dat is zo sinds mensenheugenis. Aan de linkerkant blijft het steil, karig begroeid met af en toe wat schapen. Plots is het gedaan met het groen, er verschijnen wat kleurtjes tussen de bomen en struiken; de campings de Gele Anemoon en camping de Gronseleput, gerealiseerd in 1928. Kleinschalige campings die met de tijd meegaan, als wandelaar kun je nu terecht op hun terras voor een consumptie. Alleen, de naamgever van de eerst genoemde camping de gele anemoon, moet men met een lampje zoeken. 

  De gele anemoontjes dreigen te verdwijnen. Het huis tegenover de campings, het huis van de vroegere bewoners de fam. Bisschops, is in andere handen overgegaan en is gerenoveerd. Een mooie plaats om daar te kunnen wonen in de natuur. De weg voorlangs het huis de Gronseledel, is in wezen niet veel veranderd, de weilanden links en rechts zijn voor een groot deel in handen en beheer van Staatbosbeheer, er wordt gemaaid en ze worden op gezette tijden begraasd door een kudde mergellandschapen om het kalkgrasland te verschralen. Er bloeien orchideeën waaronder de zeer zeldzame vliegenorchis.

 Als wij ons pad vervolgen, lopen wij met aan de linkerhand de voormalige geheel verwilderde tuin van de fam. Bisschops. Langs deze tuin stond het mysterieuze en zeer zeldzame plantje, de addertong, nu helemaal verdwenen. We lopen verder en komen aan de Gronselenput, hoogstwaarschijnlijk zo genoemd naar de kalkdeeltjes die met het koele en heldere bronwater omhoog borrelden. Die hoofdzakelijk werd gebruikt door de bewoners van Keutenberg die, met juk (haam) en emmers water voor huishoudelijk gebruik, het steile voetpad omhoog moesten sjouwen. Veel mooier is echter de legende van Gronsela, dochter van priesteres Veleda  van het Eburonenvolk, en uitgebreid in het 1e  Wielder boek aan bod gekomen. We volstaan daarom met het vermelden van het bestaan ervan. De oude situatie van deze drinkput is helemaal te niet gedaan door oa weinig onderhoud in de laatste tientallen jaren. Er is weinig meer over van de bekende en geromantiseerde drinkwatervoorziening. De bron is tot een klein stroompje gedegradeerd en zal bij ontbrekend onderhoud en noodzakelijk herstel geen mens meer opvallen. Boven de Gronselenput gelegen schuilkelders uit de 2e oorlog zijn door eigenaar Staatsbosbeheer beter beveiligd om inklimmen door de jeugd onmogelijk te maken. Sinds die tijd bezitten wij foto’s van de huidige toestand diep onder de grond, waar sinds 1945 niemand meer is geweest. FOTO

Het wordt tijd om verder te wandelen via het pad naar Engwegen. Van het lager gelegen pad hebben wij een goed uitzicht op de snelstromende Geul. Er naast liggen smalle perceeltjes weiland waar in deze tijd nog nauwelijks aandacht voor is. Aan de linkerkant rijst een steil hellingbos omhoog, dat sinds enkele jaren gedeeltelijk gekapt is. Na even doorgestapt te hebben komen we in het buurtschap Engwegen, waar we links gaan naar de steile Keutenberg.
Sinds 1972 is deze helling beklommen door de renners van de Amstel Goldrace en dat heeft menige druppel zweet gekost. Hoe hoger men de weg oploopt hoe groter en mooier de vergezichten over Schin op Geul, richting noorden.

In het gehucht Keutenberg, nu ook grondgebied van Valkenburg, is de laatste jaren niet veel veranderd. Het is een stil dorpje, verkeersluw en aan de huizen is praktisch niets veranderd. De boerenbedrijven zijn gereduceerd tot twee. Wel is er sinds enkele jaren een sierlijke, geurige moes- en kruidentuin, zoals de eigenaren het noemen en mogen ze zich daarom in een gezonde belangstelling verheugen. Dan verder naar Berghoven, een heel vervelend stuk vals plat met volgens de fietser meestal wind tegen. Onderweg komen we aan de linkerkant van de weg het steile pad naar de eerder genoemde Gronseledel tegen. Dan verschijnen de imposante gebouwen van de Berghof, met geweldige oude graanschuren, de vroegere opslag van de ongedorste graanschoven, die geduldig wachtten tot dat ze in de winter van de graankorrels ontdaan werden. Op deze boerderij wordt nog het aloude ambacht van boeren in ere gehouden. 

 Bij deze boerderij is zeker het vermelden waard dat, de tegenoverstaande vakwerkschuur is afgebroken. In 1981 nog officieel gebombardeerd tot een unieke en zeer zeldzame vakwerkwagenschuur door gemeentelijke en provinciale bestuurders, maar dat was geen garantie voor het behoud. Diezelfde instanties lieten toe het juweeltje te slopen. We vervolgen onze weg op vijfsprong rechtdoor. De volgende boerderij is opgetrokken met zogenaamde speklagen, afwisselend bakstenen met lagen mergelblokken, welke na een lange strijd met diverse overheden toch gerestaureerd kon worden. Deze boerderij bedrijft niet alleen agrarische activiteiten maar heeft ook een boerderijcamping, terras en appartementen. De 3e  boerderij op Berghoven is ook een gemengd boerenbedrijf met verhuur van appartementen. We keren terug naar de 1e boerderij aan de top van de Dodemanweg en kijken eens naar de mooie vergezichten. Vanaf Ingber gaat ons oog over de bossen van het Gerendal, de koeltorens van de DSM met hun rookpluimen, de watertoren van Schimmert, de kerk van Ransdaal en naar gelang welke dag de trein rijdt, de rookpluim van de stoomlocomotief van het Miljoenenlijntje. Men kan blijven kijken en ontdekken, te veel om op te noemen. Even verder begint de weg naar Stokhem te dalen en hebben we een prachtig gezicht op Wijlre. Naar rechts kan men bij helder weer Vijlen en Vaals zien liggen. Dan staan wij even stil bij een smal pad aan de rechterkant, dit paadje voert naar de Europees bekende Berghofweide, vroeger een kalkgrasland en nu door uitspoeling van kalk een schraal grasland, met een bijna ongekende flora voor onze huidige tijd.  Met 10 soorten wilde orchideeën en diverse andere zeldzame planten is deze weide de meest bekende weide van ons land, en ze wordt daarom goed beschermd. Over de weide heen kijkend richting Wijlrebos valt ons oog op de Wijlre akkers, nog zo’n parel in onze omgeving. Met een kleine twintig soorten orchideeën en diverse andere kleinoden, tezamen met de Berghofweide zijn die paar hectaren uniek, zelfs in Europa. Afdalend naar Stokhem komen we links en rechts langs wijngaardjes. Deze zijn de laatste tiental jaren op de kalkrijke grond aangelegd en koesteren zich door de zuidoostelijke richting al vroeg in de zon. Bijna aan de voet van de Dodemansweg dagzoomt hier in de  berm aan de linkerkant, de voor ons zo bekende mergel die verder afbrokkelt naarmate de wortels van de aanwezige bomen en struiken dikker worden en zo door de druk de mergellagen uit elkaar duwen en verbrokkelen. Aan de voet van deze kalkwanden groeit de zeldzame hokjespeul. Het is bijna een van de laatste groeiplaatsen in Limburg, deze populatie zal nog verder afnemen en verdwijnen als de gemeentelijke overheid haar maaibeleid niet aanpast aan de zeldzame flora. Bij Stokhem passeren we de eerder genoemde kapel en zijn klaar met de eerste lus van onze wandeling. 

Stokhem, het dorpje heeft de laatste jaren geen grote veranderingen ondergaan, of het moet de boerenbedrijvigheid zijn die is gekrompen tot zegge en schrijven één boerderij. Ook is er praktisch geen nieuwbouw maar wel diverse mooie restauraties. De boerderij van ,,Sjefke Houben’’ is drastisch onderhanden genomen, het hele complex is nu verbouwd tot een prachtig woonhuis. Een ander huis met, in de volksmond,, Adam en Eva’’ is een voorbeeld van een mooie restauratie, evenzo het vakwerkhuis van keizer Willem, voormalig keizer van de Schutterij. En een handvol andere oudere huizen zijn in stijl opgeknapt.

FOTO

  Het is nog altijd rustig in Stokhem, al heeft de tijd er ook niet stilgestaan, te zien aan het aantal op straat geparkeerde auto’s. Een paar maal per jaar wordt Stokhem overvallen  door drukte, diverse wielerwedstrijden of  georganiseerde wandelingen onder andere door ,,Öpke Döpke’’ dat de eigen buurtvereniging al meer als 25 jaar met groot succes organiseert. Als deze drukte voorbij is, heerst er weer rust in Stokhem dat verschoond blijft van doorgaand verkeer. We wandelen verder , na het passeren van het wegkruis  midden in het dorpje, richting Wijlre, de Kasteelweg volgend tot de onverharde weg naar rechts, de Broekweg zoals hij vroeger heette en nu de naam draagt van Oude Stokhemerweg. Wij passeren de schuttersweide, met een nieuw stenen gebouw, onderkomen/opslagplaats van schutterij St.Maternus en de moderne schietbomen met de wettelijke voorgeschreven kogelvangers. Op enige afstand en hoogte ontwaren wij de Wijlre bossen, een vroeger hakhoutbos met kleine percelen, een orchideeënbos met honderden exemplaren van verschillende soorten. Vooral bekend om zijn grote aantallen purperorchis, die zich in dit bos  goed thuis voelden, gezien de vele forse exemplaren die een hoogte van vaak meer als 70 cm bereikten, maar die grote aantallen zijn verleden tijd. Nog maar enkelen hebben het dichtgroeien van het bos overleefd. Verder wandelend zien we de huizen ven Beertsenhoven tussen het vele groen opduiken.

  Wat direct opvalt, is een nieuw groot huis in gele baksteen op de plaats van de vroegere woning van de fam. Crutzen. Dat de andere huizen o.a. een er naast gelegen mooi vakwerkhuis overheerst. Een onbewaakt moment van de welstandscommissie Beertsenhoven in de schaduw van de Dolsberg, ligt er nog stil en vredig bij, wandelaars genieten, mountainbikers bedrijven er hun sport, vogelaars en floristen komen er aan hun trekken.
Alleen wordt de rust echt verstoord als motorcrossers en lieden met terreinwagens zich niet wensen te houden aan de geldende verkeersregels en een paar maal per jaar door georganiseerde bikers wedstrijden.

  Boerenbedrijvigheid vindt er nog nauwelijks plaats. Meer dan de helft van de bewoners is   nieuwkomer, maar ze voelen zich er al gauw thuis. De schuilkelders, aan de rechterkant van de weg naar Gulpen, gemaakt begin 1945, zijn door instortingen bijna niet meer zichtbaar. Aan de linkerkant bevinden zich  de bronnen met kraakhelder water, die in de vroegere jaren in  Beertsenhoven  als drinkwaterleveranciers werden gebruikt. Dan de weg terug naar Wijlre richting kasteel. Aan de linkerkant de in 1985 aangelegde kwakkerpool (kikkerpoel) met natuurterreintje. Deze poel ligt achter het parkeerterrein, dat voor deze functie opgehoogd moest worden en daarmede werd de laatste groeiplaats in Limburg van de prachtige maar ook zeer zeldzame vleeskleurige orchidee vernietigd. 

Er moesten paddentunnels komen, om de dieren te beschermen tegen het alsmaar drukker wordend verkeer. Toch heeft de kwakkerpool  niet de grootste aantrekkingskracht  voor de padden, de diertjes gaan liever terug naar hun geboortewater, de kasteel- en de visvijvers.  Even verder langs het kasteel met zijn prachtige tuinen en het bekende ,,Hedge House’’ doemen de huizen van ons dorp weer op.

Het moge duidelijk zijn dat natuurbehoud een zaak is van fijnmazige maatregelen te nemen door elke betrokkene die kennis van zaken en natuur samen kunnen afstemmen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.